Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Kruidenblog Kruidenblog


Bosanemoon

Bosanemoon:
Magie van de vergankelijkheid

(Anemone nemorasa)

In de tijden van de Griekse goden, werd de god van de Westenwind, Zephyrus, verliefd op de nimf Anemone. Maar zijn vrouw, de godin Flora, werd jaloers op Anemone en veranderde haar in een bosanemoon. Zephyrus zocht Anemone overal en kon haar maar niet vinden. Maar op een mooie lentemorgen herkende hij haar, toen ze bij het eerste ochtendlicht haar bloem opende om de zon te groeten.  Geloof je het niet…kijk maar: bij het minste zuchtje wind beweegt de bosanemoon al, want dat is  Zephyrus die haar streelt. Maar als andere windgoden haar bezoeken, sluit zij zich en waait ze weg.

De  windgoden in de Griekse mythologie heten de Anemoi. De naam anemoon komt daar vandaan.

Bosanemonen worden in de magische folklore over de hele wereld geassocieerd met de lente,  kwetsbaarheid,  fragiliteit, pril geluk en het verdriet van een korte levensduur, de vergankelijke schoonheid, de korte jeugd of  een vroege dood.
In Nederland en Vlaanderen werd de bosanemoon als duivelsplant gezien, waar je maar beter bij weg kan blijven. Mogelijk ook omdat het plantje huid- en oogirritaties kan veroorzaken. Ook in andere landen zag men het als onheilsplant en durft men het niet in huis te nemen omdat er dan sterfte en blikseminslag uitgelokt worden.
Elders ter wereld geloofde men juist dat elfjes geboren werden in bosanemonen.
Er zijn ook streken waar men de anemoon als magisch geneesplantje gebruikte. Het zou beschermen tegen koorts als je de eerste bosanemoon die je in de vroege lente ziet, plukt, haar inbindt in een rode stof, vervolgens wast en als amulet draagt bij ziekte.

De bosanemoon is omringt met folklore, verhalen, en magie. Niet zo gek als je de prachtige deken van fragiele anemonen in schaduwrijke bosvelden en slootranden ziet en ervaart. Je zou willen dat ze er het hele jaar zijn, maar de anemonen zijn er alleen maar in de vroege lente. Maar dat maakt ze dan ook zo speciaal.
Wil je symbolisch of magisch met de anemoon werken, dan is het een perfecte vertegenwoordiging van het element lucht. Ook kun je het gebruiken bij rituelen die met de dood of afscheid van een levensfase te maken hebben.

Opgepast: alle delen van de verse bosanemoon zijn giftig en het sap van de plant kan huidirritaties veroorzaken.

 

Bekeken: 913 |

Look-zonder-look zevenbladpesto

In het kader van verantwoord wild plukken, vandaag een lekkere pesto van twee overvloedig beschikbare “onkruidjes”.  Momenteel is het heerlijk jong en fris: zevenblad en look- zonder-look. Niet alleen eetbaar, maar ook nog eens lekker! 
Wil je meer weten over zevenblad en look zonder look, kijk dan eens hier:
Look-zonder-look

Zevenblad

Even vooraf: pluk alleen als je absoluut zeker weet dat je het juiste kruid voor je hebt en neem  nooit meer dan je nodig hebt. Pluk geen plekken kaal: 10 procent  van wat er staat is het maximum, liever minder.  Kies altijd onbeschadigd, fris en gezond ogend blad. Bij zevenblad en look-zonder-look geldt: hoe jonger, hoe lekkerder.
Pluk ongeveer evenveel van elke soort. Een klein vergietje vol is genoeg. Was en droog de blaadjes.

Verder heb je nodig:
Olijfolie, walnoten, Parmezaanse kaas, citroensap, azijn, honing en tomaatjes.
Hak een handvol walnoten klein in de keukenmachine en voeg er wat geraspte Parmezaanse kaas en een flinke scheut olijfolie aan toe. Doe de blaadjes erbij en snij/pureer het fijn. Proeven met een theelepeltje en dan eventueel naar smaak nog wat olijfolie, een klein scheutje citroensap, scheutje azijn en theelepeltje honing toevoegen.
Zelf vind ik de pesto het lekkerst op een tomaatje!

 

  

Eet smakelijk !

 

Bekeken: 1012 |

Signalen uit je tuin

Signalen uit je tuin

Hier en daar lees ik wel eens de tip om goed te kijken wat er in je tuin spontaan opkomt, omdat dat hetgeen zou zijn, dat  je nodig hebt  voor je gezondheid.
Een vergissing zou het zijn, als je daarmee zou denken dat je de plant dan ook daadwerkelijk moet gaan eten als voedsel of medicijn.
Dit kan een gevaarlijke bezigheid zijn. Als vingerhoedskruid, gevlekte scheerling, stinkende gouwe en noem zo maar eens wat giftige planten op, spontaan in mijn tuin opkomen, zou ik ze niet gaan innemen voor mijn gezondheid. En  zelfs niet-giftige planten kunnen bij  verkeerd of overmatig gebruik een averechts effect hebben.
Kortom, de uitspraak vraagt behoorlijk wat nuancering.

In een meer animistische kijk op de wereld, zie je een ziel in alles wat leeft of natuurlijk is. Als levend wezen ben je daar dan ook weer een deel van en sta je ermee in verbinding.  Elk natuurlijk verschijnsel: een onweersbui, een vogel, een steenformatie, alles kan een specifieke betekenis hebben en een  boodschap voor je dragen, als je het goed weet te interpreteren. 

In een meer culturele en psychologische kijk op de wereld zie je dat planten, afhankelijk van de culturele context,  associaties oproepen.  Een cactus geef je niet zo gauw cadeau.  Je zult zelden witte aronskelken in een bruidsboeket ontdekken.  Een rode roos roept al snel de gedachte aan liefde op. Een stoere jongeman zal vreemd opkijken als hij een bosje lelietjes-van-dalen krijgt.
Dit zijn voorbeelden en achtergronden van gevoelens en gedachten die planten bij ons kunnen oproepen.  Planten ‘doen ‘ iets met ons. Zelfs als we ze niet geneeskrachtig of als voeding gebruiken.  

Daarnaast vallen bepaalde dingen in onze omgeving op, juist als we veel met onze gedachten met iets bezig zijn.  Als je haar dunner wordt, zie je steeds meer kale mensen of juist mensen met een weelderige haardos. Als je verliefd bent, ziet de hele wereld er vrolijker uit. Als je op vakantie naar Mongolië wil gaan, lijken er ineens veel meer mensen met dezelfde plannen, enzovoorts. Zo werkt het mogelijk ook met planten. Zie je veel doornen of  de bessen? Zie je de brandnetels of de madeliefjes? Zie je het grasveld of de magnolia’s? Wat je opvalt, zegt misschien wel meer over jezelf, dan over je omgeving.

Zo kijk ik ook naar de signalen die mijn eigen tuin geeft. Niet om geneeskrachtig te gebruiken, maar om te kijken, wat ik denk, dat de planten mij willen zeggen. Zie ik veel meer paardenbloemen, echte leverplanten, is het misschien tijd om te vertellen wat ik op mijn lever heb. Zie ik overal brandnetels, dan vraag ik me af of ik misschien wat assertiever moet worden.  Een overdosis aan madeliefjes in de tuin roepen me op wat minder hard te werken. Heermoes vertelt me mijn leven weer wat eenvoudiger te maken. Als er een plant bij is, die ik minder goed ken, zoek ik informatie op. In die informatie vallen me dan weer dingen op, die met mij te maken hebben. Zo kunnen planten bij iemand anders weer andere associaties oproepen. Belangrijk is dat de planten me helpen herinneren wat goed voor me is.

Welke planten vallen jou op en waar helpen ze je aan te herinneren?

Bekeken: 921 |

Hooikoorts boter

Hooikoortsboter

 

Voorjaar is voor mij, net als vele anderen, een lust en een last. Hooikoorts kan de pret behoorlijk drukken. Er zijn vele manieren om te proberen hooikoorts  in te tomen, waaronder de veelgehoorde tip om vet onder en om de neus te smeren. Hierdoor kunnen de fijne pollen minder makkelijk bij de neusslijmvliezen komen. Ik doe dit regelmatig maar zat er over na te denken....waarom niet een vet gebruiken die een fijne zalf voor de neus is, zeker als die toch al door niezen gevoelig en soms zelfs schraal is. En toen ik daar toch mee bezig was, bedacht ik dat ik er ook nog wel ondersteunende etherische oliën in kon verwerken, die zorgen dat de prikkels wat rustiger worden en ook wat meer lucht geven.

Als basis heb ik geklaarde boter (of ghee) gemaakt, aangevuld met sesamolie en bijenwas. Alle drie heerlijk voor de huid en in combinatie goed smeerbaar. Als ondersteunende etherische oliën heb ik eucalyptus, bergamot, pepermunt, lavendel en rozemarijn gekozen.

 

Eerste stap is het klaren van de boter (Neem ongezouten en bij voorkeur biologische)

Doe boter in een steelpan (je hoeft niet zuinig te zijn, geklaarde boter kun je voor vele doeleinden gebruiken, en heerlijk om mee te bakken). Zet op een heel laag vuurtje. Schep met een lepel telkens het schuimende eiwit, dat naar boven borrelt, af. Zorg dat je boter niet te fel borrelt en bruin wordt, door telkens het vuur lager te zetten of zelfs het pannetje van het vuur te halen. De boter wordt steeds helderder, tot er geen eiwit meer is. Ga je voor perfectie dan zeef je het door een doek om nog het laatste restje vocht in de doek achter te laten.

Dan gaan we de hooikoortsboter maken:

Neem 25 g. van de geklaarde boter, 25 g. sesamolie (biologisch), 5 g. bijenwas. Laat dit au-bain marie al roerend smelten. Zodra het gesmolten is de kan of bak op het aanrecht zetten, en ondertussen de etherische oliën afmeten in een glazen kannetje of bakje.

20 druppels eucalyptus, 9 druppels bergamot, 3 druppels pepermunt, 3 druppels lavendel, 3 druppels rozemarijn.

Zet de afgemeten etherische olie-mix afgedekt aan de kant.

Roer in de gesmolten boter net zo lang tot je aan de randjes van de vloeistof harder wordend vet ziet vormen. Dan voeg je de etherische olie mix toe, roer nog even snel en giet het zo snel mogelijk in een afsluitbaar potje (ca. 60 ml). Doe het deksel er onmiddellijk op en laat de vloeistof hard worden. Nu heb je hooikoortsboter!

 

 

 

Bekeken: 952 |

Een nieuwe lente

Een nieuwe lente, een nieuw begin…


Het blog van De Kruidenkorf heeft lang stilgelegen, maar ik heb weer zin om het op te pakken! Ik heb geconstateerd dat het blog nog dagelijks door meer dan honderd mensen bezocht wordt. En dat na vier en half jaar inactiviteit.
Er is in die jaren het één en ander veranderd.  Was ik ooit één van de weinigen die een kruidenblog had, nu zijn er meer en meer mensen die zich met kruiden en gezonde voeding zijn gaan bezighouden. Een prachtige ontwikkeling!
Wel zie ik ook een hoop mis(ver)standen. “Natuurliefhebbers”die in het wilde weg plukken, in plaats van wildplukken. “Kenners” die adviseren alles wat spontaan in je tuin opkomt,  te gebruiken omdat de natuur daarmee zegt dat je dat nodig hebt. “Actievoerders” die in hun onvrede met de farmaceutische industrie mensen aanbevelen met al hun medicatie te stoppen. “Foodies” die vergeten dat superfoods niet van de andere kant van de wereld hoeven te komen.  “Facebookers” die planten plukken, dan een foto maken, en op internet vragen wat de plant is/was. “Zelfdokters” die op Facebook kruidentips vragen bij  ernstige klachten en binnen een uur tientallen adviezen voor hun kiezen krijgen.  En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik vermoed dat er een aantal toekomstige blogjes aan dit soort, laten we het ‘vergissingen’ noemen, gewijd zullen worden.
Er zijn natuurlijk ook heel wat mooie kruidjes die ik nog niet beschreven heb en wel een blogje verdienen. Daarnaast ben ik zelf in die jaren ook wat veranderd, naar ik hoop,  zelfs gegroeid. Ik denk dat er meer blogjes zullen gaan over natuurbeleving, over de magische en mythologische kant van planten, maar ook meer over het dagelijkse gebruik en verwerking. 

Kortom, genoeg om deze lente een doorstart te maken!

 

 

Bekeken: 602 |

Venkel

Venkel
Foeniculum vulgare

Venkel is een tweejarig, kruidachtig gewas.
De bovengrondse "bol" is een schijnbol die gevormd wordt door een aantal brede, van onderen verdikte, witachtige bladstelen. De vorm van de bol varieert van lang en plat tot kort, rond en dik. De voorkeur gaat uit naar een ronde bol, met een witte kleur. Venkel behoort tot de familie van de schermbloemige (Umbelliferae). Het geslacht is Foeniculum en de soort vulgare.
De naam venkel is afkomstig van het Latijnse woord foenum, wat hooi betekent. De Romeinen vonden namelijk dat de sterk aromatische geuren van de venkel op de geuren van hooi leken.
Toch stond venkel ook weer niet altijd in een goed daglicht. De Griekse mythologie bijvoorbeeld verhaalt over Prometheus, die tegen de wil van de goden het vuur naar de mensen bracht. Om het gloeiende kooltje, dat hij van de berg Olympus had gestolen, te vervoeren, verpakte hij het in een venkelstengel. Het kwam de titaan duur te staan; hij werd aan de rotsen geketend, waarna een gier zich dagelijks tegoed deed aan zijn lever, die 's nachts weer aangroeide. De oude Grieken daarentegen hielden er hun verlichting aan over. Indachtig het gloeiende kooltje, gebruikten ze het witte merg van uitgedroogde venkelstengels als tondel in een toorts van harde schors.
Venkel ziet eruit als een witte bol maar is in werkelijkheid een samengegroeide laag van verdikt blad van de plant, de zogenaamde bladscheden. Het jonge topgroen, de zogenaamde veertjes, is zeer goed te gebruiken als garnering of als lichte kruiderij in salades en vooral vissoepen (Maar ook trendy bloemisten en binnenhuisdecorateurs hebben het venkelgroen en de bloemen al ontdekt).
De teelt van venkel wordt voornamelijk in de landen rond de Middellandse Zee aangetroffen. Vooral in Italië is de teelt van venkel belangrijk. Daar komt de productie in de herfst goed op gang en gaat door tot ver in het voorjaar. In de zomer zijn de temperaturen in Zuid-Europa te hoog om met succes een goede bolvorm te krijgen. In Nederland wordt venkel op grote schaal geteeld sinds 1979. In ons koelere zeeklimaat gedijt dit gewas vooral in de zomer goed.

Uit in Egypte gevonden papyrusrollen blijkt dat venkel al lang voor het begin van onze jaartelling al bekend was. De oude Egyptenaren en Grieken kenden de plant als groente en als geneeskrachtig kruid.
De oude Grieken gebruikten venkel als vermageringsmiddel en noemden het 'marathron' dat 'dun worden' betekent. In de Middeleeuwen kauwde men tijdens de preek op venkelzaad om het rommelen van de maag tegen te gaan.
Venkelzaden werden van oorsprong ingezet bij allerlei problemen met de spijsvertering zoals indigestie, winderigheid, buikklachten of krampen. Maar ook voor de 'geestelijke gezondheid' werd venkel ingezet; ter verdrijving van duivel en z'n gevolg.
Venkel is een zeer gezonde groente, het bevat weinig calorieën, is ook volkomen vetvrij en is een goede bron van mineralen. Daarnaast wordt venkel nog steeds gebruikt als geneeskrachtig kruid, waarbij overigens alleen de (gedroogde) zaadjes van de venkelplant worden gebruikt voor heilzame doeleinden. Het is bekend dat ze de spijsvertering bevorderen, de vorming van darmgassen tegen gaan en helpen tegen een opgeblazen gevoel.


Deze droge venkelzaadjes hebben een koortswerende, pijnstillende en hongerremmende werking. Daarnaast is het een goed kalmeringsmiddel voor kinderen.
Ook bevatten de zaadjes een specifieke stof die ongeveer dezelfde werking heeft als het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Venkelzaad geeft dan ook verlichting bij allerlei typische vrouwenklachten die het gevolg zijn van een te lage oestrogeenspiegel in het lichaam. Zoals overgangsklachten en menstruatieklachten. Bovendien stimuleren venkelzaadjes de productie van moedermelk bij moeders die borstvoeding geven.
Venkel is bij de supermarkt, groentespeciaalzaak of op de markt verkrijgbaar, voor het zaad zult u bij de natuurvoedingswinkel of drogist terecht kunnen.

 

meer informatie: www.venkel.nl

Bekeken: 3397 |

Varkensgras

Gewoon Varkensgras

 

Polygonum aviculare

Varkensgras werd vroeger aan varkens met wormklachten of te weinig eetlust gegeven en kreeg zodoende deze naam. De Latijnse naam 'polygonum' betekent veelknopig en varkensgras is dan ook lid van de Duizendknoopfamilie (Polygonaceae). 'Aviculare' verwijst naar 'avi', dat vogel betekent. Het zaad van varkensgras wordt door vogels gewaardeerd. Daarnaast lijkt de groeiwijze een beetje op een vogelpoot.

Het is een veel voorkomend, maar onopvallend "onkruid" dat laag over de grond kruipt op akkers, langs de weg en tussen tegels. Vanwege die onopvallendheid lopen we vaak over het plantje heen. Maar het heeft een diepe penwortel die het goed verankerd is in de grond. Varkensgras is daar dus goed tegen bestand.  

Het blauwgroene, 5-38 mm lange en 1,5-8 mm brede blad is ellipitisch en nagenoeg ongesteeld. De bladeren aan de hoofdstengel zijn iets groter dan de bladeren die aan de zijstengels groeien. De bloempjes zijn roze of wit en hebben een doorsnede van circa 3 mm. Eén tot zes bloemen zitten bij elkaar in de bladoksels. Deze bloeien van mei tot november. Gewoon varkensgras heeft dofbruine, driehoekige, 3 mm lange en 1,5 mm brede dopvruchten. Deze zitten verborgen in het blijvende bloemdek.

Varkensgras wordt tegenwoordig nog weinig geneeskrachtig gebruikt, maar is door de eeuwen heen op vele manieren ingezet bij gezondheidsklachten.

Varkensgras bevat kiezelzuur, slijmstoffen, looistoffen en flavonoïden. Kiezelzuur is o.a. belangrijk bij de vorming van kraakbeen, botten en bindweefsel. Looistoffen zorgen onder meer voor versteviging van de slijmvliezen waardoor bacterieën er minder goed kunnen nestelen. De flavonoiden en het kiezelzuur samen bevorderen de urineuitscheiding.

Varkensgras is nuttig bij hoest, luchtwegproblemen, slijmvliesontstekingen/infecties in de mond of keel, vooral als deze voortkomen uit een verlaagde weerstand,maar ook als waterdrijver bij een voorjaars-reinigingskuur. Het kan bij slechtgenezende wonden of huidontstekingen ondersteunen. Verder bij chronische diarree en/of verstopping (regulerend), galstenen, maagzweer, darmproblemen, hart en bloedsomloop, vaatziekten en couprose, ouderdomsdiabetes en vetzucht. Ook werkt het bevorderend voor de spijsvertering en stofwisseling.

Opgepast:

Soms kan het gebruik van varkensgras gevoeligheid voor licht veroorzaken.

Varkensgras is minder geschikt voor mensen met reuma, artritis, jicht en nierstenen.

Niet voor kinderen, niet tijdens zwangerschap

 

Recepten:

Thee:

1 kop kokend water over 2 theelepels gedroogd varkensgras. 10 minuten laten trekken, zeven. Te gebruiken als gorgelmiddel bij keel/mondklachten of gezoet met honing als thee (3x daags).

Omslag:

250 ml kokend water op 4 eetlepels gedroogd varkensgras. 10 minuten laten trekken, zeven. Doek erin drenken en die meerdere keren daags ca. 20 minuten op aangedane plek leggen. 

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren met behandeling en/of medicatie

Bekeken: 5426 |

Wilgenroosje

Wilgenroosje
Chamerion augustifolium.

De naam wilgenroosje komt omdat de bladeren van deze plant op die van de wilg lijken.
Het is een meer dan een meter hoge plant met een overblijfende, kruipende wortelstok. De stengels zijn dicht bebladerd en vaak roodachtig aangelopen. De bladeren zijn lancetvormig, zoals van de wilg, en aan de onderzijde blauwgroen. Wilgenroosje bloeit ongeveer van juni tot en met augustus. De bloemen zijn groot( 2-3,5 cm), paarsrood, verenigd in lange, piramide-achtige bloemtrossen. De hauwachtige vruchten springen later open, waarbij veel zaden met lange, witte haren te voorschijn komen. Uit deze haren werd vroeger ook wel garen gesponnen.

Het wilgenroosje komt voornamelijk voor op zandgrond en vrijwel altijd in grote groepen.  De plant verspreidt zich door de grote zaadproductie gemakkelijk op onbewerkte, iets zandige, maar voedselrijke terreinen in bossen en bij heide. Wilgenroosje is een echte pioniersplant. Hij komt in grote getale op als eerste plant na een bosbrand. Hij heet daarom ook in het Engels: fireweed. De plant groeit en bloeit zolang er open ruimte is met veel licht. Zodra de bomen en struiken terug komen en groter worden, verdwijnt het wilgenroosje. Het zaad echter blijft jarenlang vruchtbaar in de grond zitten en komt tot bloei als er een nieuwe bosbrand of een andere verstoring plaatsvindt die de grond loswoelt en de plek lichter maakt. De grond kan zo vol zitten met zaden dat het dan complete velden van rood-roze  wilgenroosjes kan opleveren
De soort komt in bijna heel Europa en Azië voor, van Spanje tot op IJsland. Alleen in Portugal ontbreekt de soort. Daarnaast komt ze voor op Groenland en in het noordwesten van Noord-Amerika.

Jonge bladen en jonge scheuten kunnen als groente of in soep gebruikt worden. Maak bij gebruik als groente de scheuten( geoogst vóór de bloei) klaar als asperges. Later in het jaar kunnen de bovenste 20 cm van de stengel geoogst worden. Je kunt ze rauw eten maar zijn aanzienlijk minder bitter als je ze 10 minuutjes kookt of stoomt. Als ze goed worden klaargemaakt zijn ze een bron voor vitamine C en provitamine A. De bladeren kan men tot in de zomer eten, in elk geval als ze nog zacht zijn. De smaak is wat zurig en is het lekkerst in combinatie met andere soorten, zoals spinazie, muur, e.d. 

Vroeger werden de bladen ook voor het trekken van thee gebruikt. De bladeren moeten dan eerst in de zon drogen.
De wortel kan men roosteren als de buitenkant geschrapt is, maar smaakt meestal erg bitter. Hij is minder bitter vóór de bloei van de plant en als de bruine draad in het midden wordt weggehaald.
In de vroege herfst kan het merg van de stengel een lekkere snack zijn voor onderweg. Breek de stengel overlangs open en schraap het merg uit met je duimnagel of een scherp stokje of schelp. Het smaakt wat zoet komkommerachtig. In het achtiende eeuwse Russische Kamtschatka werd het merg van de stengel gedroogd in de zon en als toetje gegeten
In Rusland werden gefermeteerde bladeren vaak gebruikt als theesurrogaat. Deze werden zelfs geexporteerd naar West Europa als Kapor thee.

Oorspronkelijke bewoners van Alaska gebruikten wilgenroosje om ontstoken puisten en snijwonden te behandelen door een stukje rauwe stengel op de aangedane plek te leggen. Dit zou de pus eruit trekken en voorkomen dat het te snel heelt, zonder dat de pus is weg is.
In Alaska wordt de plant nog steeds gebruikt voor snoepjes, jam en ijs en wordt een kruidige honing geproduceerd met voornamelijk wilgenroosje-nectar.

Bekeken: 5180 |

Ei

Ei

Eieren zijn gezond en gemiddeld bevat gekookt ei slechts 75 kcal. Ze bevatten anti-oxidanten, die oogziektes door ouderdom kunnen tegengaan. Ze zijn ook rijk aan essentiële aminozuren, hoogwaardige eiwitten, ijzer, choline, foliumzuur, B2, B12, E en D.
Heel lang is gedacht dat eieren slecht waren voor het cholesterolgehalte.  Dat klopt niet helemaal. Zolang men niet meer dan 300 mg cholesterol per dag binnen krijg,t is er niet veel aan de hand. Twee tot drie eieren per week, indien er weinig andere verzadigde vetten gegeten worden, is geen enkel probleem.  Tijdelijk, zoals met Pasen, even wat meer eieren dan normaal eten is ook geen probleem. Dit heeft nauwelijks effect op het cholesterolgehalte in het bloed.

En heb je toch nog eieren na de Pasen over?

Eieren kunnen ook heel goed gebruikt worden voor natuurlijke huid- en haarverzorging.  Ze zitten vol met vitaminen, proteïnen, ijzer en lecithine. Eiwitten zijn goed bij een vette huid. Eidooiers verrijken gezichtsmaskers en shampoos. Ei kan ook gebruikt worden als crèmespoeling.

Recepten:

Masker droge huid:
Roer een eidooier door 5 druppels tarwekiemolie en 5 ml honing. Op het gezicht aanbrengen en 15 minuten laten intrekken. Afspoelen en vochtinbrengende crème opdoen.
Masker vette huid:
5 druppels Amerikaanse toverhazelaar hydrolaat, 5 ml citroensap. Op het gezicht aanbrengen en 10 minuten laten intrekken. Afspelen en vochtinbrengende crème opdoen.
Masker droog haar:
Snelle versie-2 eieren loskloppen in 150 ml warm water. Goed in het haar en de hoofdhuid masseren. 10 minuten laten intrekken, uitspoelen.
Uitgebreid haarmasker: Voorzichtig op zeer laag vuur of au bain Marie 30 ml honing verwarmen. In een kom 1 eidooier met 15 ml appelazijn loskloppen. Honing langzaam erbij roeren. Haar er mee insmeren, bedekken met plastic folie en daaromheen een handdoek. Uurtje laten intrekken en dan het haar met shampoo wassen.
(Bron: Natuurlijke Schoonheid-Amanda Watson)

Bekeken: 3906 |

Pinksterbloem

Pinksterbloem

Cardamine pratensis
 
De pinksterbloem is een plant uit de kruisbloemenfamilie en kan tot 0,5 m hoog worden. De plant bloeit met lila tot roze bloemen. De kroonbladen zijn maximaal 1,8 cm lang. De plant heeft een wortelrozet. De bladeren zijn samengesteld. De deelblaadjes van het wortelrozet zijn kort en breed en vaak bochtig getand. De stengelbladeren zijn smal en lang. De stengel is hol en rond. De vrucht is een hauw. Deze zijn bij de pinksterbloem smal en maximaal 5,5 cm lang.
De plant bloeit ondanks haar naam met name in de periode vóór pinksteren. Eind april is meestal het hoogtepunt. Met name in Friesland wordt het fluitenkruid, dat wel rond pinksteren bloeit, ook wel eens pinksterbloem of pinksterblom genoemd.
De plant komt voor in graslanden, bossen en moerassen. In een omgeving die heel nat is, heeft ze zich op een bijzondere manier aan dit milieu aangepast. De deelblaadjes zijn dan kortgesteeld en beginnen al, terwijl ze nog aan de plant zitten, worteltjes te vormen. Wanneer ze van de plant afvallen, kunnen ze uitgroeien tot nieuwe planten. Het zaad komt in een dergelijk permanent nat milieu slecht tot ontkieming en op deze wijze kan de soort zich toch nog voortplanten.
In Nederland en België is de soort zeer algemeen. Ze komt nog steeds overal voor. Toch is ze sterk achteruitgegaan. Vroeger kleurde ze vele weilanden paars op het hoogtepunt van haar bloei. Tegenwoordig is ze door de intensivering van de landbouw meestal beperkt tot de slootkanten. Ook in gazons van tuinen die minder vaak gemaaid worden zie je de pinksterbloem verschijnen.

De actieve geneeskrachtige componenten in de pinksterbloem zijn onder andere bitterstoffen, mineralen als kalium, ijzer en magnesium en grote hoeveelheden vitamine C en mosterdolie, die de bloedstroom stimuleert naar de buitenste huidlaag. 
Vanwege het hoge mineralengehalte heeft de pinksterbloem een versterkend effect en wordt vaak geadviseerd in de natuurgeneeskunde. De mosterdolie in de pinksterbloem stimuleren de lever en de nieren hun activiteit te verhogen. In de traditionele geneeskunde werd van de gedroogde plant thee gemaakt die maagdarmkrampen en hardnekkige hoest tegen ging.
Het werd ook gebruikt om te zware menstruatie te behandelen. Omdat pinksterbloem lokaal de bloedstroom naar de huidoppervlakte kan stimuleren, werd het vaak uitwendig gebruikt om de pijn van artritis en rheuma te verlichten. Ook werden kompressen gebruikt bij huidirritatie en uitslag. De plant is verder urinedrijvend en stimuleert de stofwisseling.
Als voedsel is eigenlijk alleen het het jonge tere blad van de rozet vóór de bloei eetbaar, die is iets minder bitter dan de rest van de plant. Je kunt ze in kleine hoeveelheden aan een salade toevoegen.  
Recepten:
Thee: 1 kopje heet water over twee theelepels gedroogde pinksterbloemblaadjes. Tien minuten laten trekken. 1-2 kopjes per dag warm drinken.
Kompres: kopje heet water over drie flinke eetlepels gehakte pinksterbloemblaadjes. Tien minuten laten trekken. Zeven. Een katoenen doekje in de vloeistof drenken en aanbrengen op de aangedane of pijnlijke plek.
   
Bekeken: 4401 |
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

SNP Natuurreizen

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Vermelding i.v.m. cookiewetgeving websites:

 

Om er voor te zorgen dat alle functionaliteiten van deze website naar behoren werken, gebruikt deze website cookies.
Deze cookies bevatten geen persoonlijke informatie en zijn niet gevaarlijk.
Daarnaast kunnen cookies gebruikt worden om bezoekers te analyseren, teneinde u en andere bezoekers een nog betere website-ervaring te geven.
Indien u verder gaat, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.

Op deze informatieve website hebben we enkele advertenties geplaatst van onder andere Waschbaer, dit is om een klein gedeelte van de kosten voor het in de lucht houden van deze kruidenwebsite te kunnen betalen. De advertenties zijn met zorg door ons gekozen en deze bedrijven dragen wij een warm hart toe.
Mocht je op een later moment besluiten om iets te gaan bestellen bij een van deze bedrijven, ga dan alstublieft  via de advertentie op onze pagina, dan krijgen wij een kleine vergoeding hiervoor.  Hartelijk dank, namens Ella van de Kruidenkorf.