Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Actie bij Waschbaer :

Gratis verzending tm 16 okt 2017 bij besteding vanaf EUR 30,- :

gebruik voordeelnummer code 3C1 834


Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

..

Kruidenblog Kruidenblog


Smalle Weegbree

Smalle Weegbree

Plantago lanceolata

De naam "weegbree" komt van het Middelnederlandse 'weghebrede', wat 'de aan de weg groeiende en sterk uitbreidend' betekent. Vrijwel alle oervolkeren kenden de weegbree. De oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika noemden de weegbree 'voetstap van de witte man' omdat kolonisten de kleverige zaden aan hun schoenen, paarden en wagens mee hadden genomen uit Europa. 

Smalle weegbree is een zeer algemene inheemse, overblijvende plant. De grootte van de plant kan sterk verschillen, maar ze wordt maximaal een halve meter hoog. De soort begint in West- Europa in de voorzomer te bloeien en er zijn tot in de herfst bloeiende exemplaren te vinden. De lange, lancetvormige, iets glanzende bladeren, die vijf tot zeven nerven hebben, staan allemaal in een bladrozet op gootvormige verdiepte steeltjes. In voedselrijke bodem staan de bladeren rechtop. Op voedselarme bodem zijn ze kleiner en ronder van vorm en liggen ze plat tegen de grond. De onbebladerde bloeistengel is gegroefd en draagt aan het eind een zeer korte aar met nietige, onopvallende bloemen (april-september) en lange meeldraden met witachtig-gele of bruinachtige helmhokken. Als je de bladstelen fijnwrijft, kun je de vaatbundels als witte, vezelachtige structuren volgen. De aar is bij planten in voedselarme omstandigheden korter en boller van vorm.

In West-Europa is het in het wild een zeer algemene plant. De plant komt veel voor in allerlei graslanden. Ook is ze te vinden in de voegen tussen stoeptegels en andere vormen van bestrating. Uit pollenanalyse is gebleken dat rond 3000 v.Chr. in de gebieden waar tegenwoordig Nederland ligt de smalle weegbree sterk in aantallen toenam. Dit wordt verklaard door de toenemende landbouwactiviteiten, waardoor er steeds meer voor de plant geschikte graslanden ontstonden.

Aan de weegbree werden vroeger veel magische krachten toegedicht. Men dacht dat het aanroepen of vasthouden van de plant inclusief de wortels voor een bloedende persoon de bloeding zou stelpen. Ook zou het de koorts weren als men de wortel uitgroef en die aan een koord op het naakte lichaam zou dragen en hem in het water zou werpen zodra die uitgedroogd was. Hoofdpijn kon verholpen worden door een weegbreewortel met witte draad in een zakje te naaien en die met een blauwe draad om het hoofd te dragen. Kolen die onder de wortels van een weegbree lagen kon men onder het hoofdkussen leggen en dan zou men 's nachts over de toekomstige echtgenoot dromen. Het eten van weegbree zou liefdesbetoveringen kunnen verbreken.

Het medicinaal gebruik van weegbree is al eeuwenoud. Een verhaal vertelt over de beroemde 10de eeuwse Arabische arts Avicenna, die opviel dat een gewonde slang naar een weegbree kroop en daarvan at, vervolgens de brij uitspuugde en op haar verwondingen legde. Avicenna was heel verbaasd dat de slang genas en noteerde weegbree als een belangrijk wondhelend kruid. Plinius (1e eeuw) adviseerde weegbree bij beten van wilde dieren en steken van schorpioenen. Eeuwenlang werd weegbree geadviseerd bij hoef- en voetklachten. Alle geneeskundigen waren het eens over de wond-en huidgenezende eigenschappen en het feit dat met weegbree slijm makelijker opgehoest kon worden.
Dat laatste is nog zo. Wetenschappelijk is inmiddels aangetoond dat weegbree bij luchtwegaandoeningen, veranderingen van mond-en keelslijmvlies en uitwendig bij huidontstekingen genezend werkt. De antibacterële werking werd in experimenten vastgesteld en ook het effect bij verkoudheid is door onderzoek aangetoond.
In de volksgeneeskunde wordt weegbreeblad daarnaast ook toegepast bij blaasontstekingen, bedplassen, leverkwalen, maagkramp, diarree en als urineafdrijvend middel. Uitwendig wordt de plant gebruikt bij wondgenezing, steenpuisten, bindvliesontsteking en bloedstelping.

Weegbree kan met het beste oogsten als het niet bloeit. Blad kan vers of gedroogd gebruikt worden. Drogen van weegbree is niet gemakkelijk, gooi zwart geworden bladeren weg.

Recepten:
Thee: 150 ml heet water over 1,5 theelepel kruid, 10-15 minuten laten trekken, zeven, enkele malen per dag drinken. (Thee van smalle weegbree schijnt om nog onbekende redenen het ontwennen van roken ondersteunen).

Siroop:
1 kopje kokend water over 1 handvol blad en laten afkoelen. Zeven en bezinksel goed uitdrukken. Aftreksel nogmaals aan de kook brengen, en op laag vuur laten inkoken. 200 g honing erdoor roeren en als opgelost in een steriele fles doen. Enkele malen daags 1 theelepel.

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren met behandeling/medicatie

Weegbree is ook een eetbare groente. De bladeren kunnen worden fijngehakt en als rauwkost gegeten. Ze zijn milder van smaak als de bladeren eerst afgesneden worden en dan weer aangroeien. De bladeren zijn dan groter, zachter, lichter en milder in smaak. Het kan in de soep, gestoomd en als spinazie gegeten worden. Wel de bladeren zo klein mogelijk hakken vanwege de draderige nerven.

Bekeken: 8385 |

Herderstasje

Herderstasje

Capsella bursa-pastoris

Het herderstasje is een inheemse plant uit de familie van kruisbloemigen en komt van origine uit het Middellandse Zeegebied. Het is een winterharde plant die goed waterdoorlatende, wat zanderige, stikstofhoudende grond in zon of halfschaduw verlangt. Je kan herderstasje vinden op akkers, bij composthopen, langs wegen, op bouwland, tussen straatstenen, muren en vuilstortplaatsen.
De hauwtjes (doosvrucht) van de plant zijn hartvormig 6-9 mm die het model hebben van de tas die vroeger door herders gebruikt werd. Vandaar de naam herderstasje.
Andere namen zijn o.a. lepeltjesdief, beursjeskruid, tasjeskruid, lepels en vorken.
Herderstasje is één- of tweejarig en heeft een penvormige wortel die vaak verhout is. Rondom de wortel staan de bochtig getande bladeren in een wortelrozet.
Herdertasje heeft zeer kleine witte bloemen op afstaande stelen, die gegroepeerd staan in een trosje. Hij bloeit van maart tot september.
De plant wordt geoogst inclusief de wortel, voordat de zaden rijp zijn.

Geneeskundig en culinair gebruik van de plant gaan duizenden jaren terug. Herdertasje is gevonden bij diverse archeologische opgravingen.
Herderstasje werd gebruikt voor diarree, urineweg- en blaasontsteking, bloedingen na de bevalling, inwendige bloedingen aan longen en darmen, als bloedstelpend middel en voor de behandeling van pijnlijke menstruatie. Uitwendig vermindert herderstasje pijn en zwelling van kneuzingen, wonden, verrekkingen en artritis.
Tegenwoordig wordt het nog steeds gebruikt bij blijvende zware menstruatie en bloedneuzen. Ook wordt het verwerkt in veel preparaten tegen PMS (premenstrueel syndroom).
Herderstasje staat bekend voor zijn bruikbaarheid in het behandelen van abnormaal sterke menstruatie- of menopauzebloedingen en milde vormen van maagdarmbloedingen door een maagzweer. Herderstasje wordt ook ingezet bij slechte spijsvertering, dysenterie, en bloedende aambeien. Uitwendig wordt het sap van herderstasje op verrekkingen, kneuzingen en reumatische gewrichten gesmeerd.

Recept:
Thee: 1 kopje kokend water over twee theelepels herderstasje. 10 minuten laten trekken, thee zeven. Drink tijdens de menstruatie dagelijks 2 kopjes

Opgepast:
-Let op waar je herderstasje plukt. Hij groeit graag op vervuilde plekken. Laat deze planten zeker staan. Zoek op schone grond en buiten hondenuitlaatplekken of uitlaatgassen.
-Gebruik geen herderstasje gedurende de zwangerschap of borstvoedingsperiode of als je nierstenen hebt/hebt gehad
-Langdurig gebruik kan invloed hebben op bestaande behandeling van hoge-lage bloeddruk, schildklierproblemen, en hartproblemen. Daarnaast kan het kalmerende middelen versterken. Overdosering van vloeibare vormen kunnen hartklachten veroorzaken.
-Niet overmatig of langdurig gebruiken

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren behandeling/medicatie.

In de keuken zijn de jonge rozetbladeren als salade of in een salade te gebruiken. Ook als groente of in de soep of gemengd met andere wilde plantensoorten.

Recept:
Herderstasje met veldzuring. Gelijke delen herderstasje en veldzuring in wat vet gaat smoren in een afgedekte pan. Meel erover strooien, bouillon erbij gieten en afmaken met zure room en een geprakte, gekookte aardappel.

Bekeken: 6444 |

Madeliefje

Madeliefje

Bellis perennis

De oorsprong van de naam 'madeliefje' is onduidelijk. Een mogelijkheid is dat 'made' een verbastering van 'maagdelief' is, omdat de plant vaak met de Maagd Maria in verband werd gebracht. Maar 'made' kan ook weide betekenen en weidebloem is een logische benaming voor het madeliefje. De Engelse naam 'daisy' komt van het 'day's eye' (oog van de dag) dat naar het sluiten van de bloem bij regen en in de avond verwijst.
Het 'bellis' van de botanische naam wijst op de schoonheid (bellis=mooi). 'Perennis' betekent 'door de jaren heen' en verwijst naar het feit dat het madeliefje bijna het hele jaar door in bloei kan staan.

Het madeliefje is een zeer algemeen voorkomend plantje in Nederland. De soort komt van oorsprong alleen voor in Europa en Zuidwest-Azie, maar heeft zich ook in andere delen van de wereld verspreid. In heel West-Europa is de soort algemeen tussen het gras te vinden, vooral op een leemhoudende bodem.
Het madeliefje is een kleine, overblijvende plant uit de composietenfamilie, die tot 15 cm hoog wordt.De spatelvormige bladeren staan in een wortelrozet. De rand van het blad is gekarteld. Aan het einde van de bloemstengel staat één bloemhoofdje. Deze wordt tot 2,5 cm groot en bestaat uit een hart van gele buisbloemen, met een krans van witte straalbloemen. Zolang het niet vriest, is de soort het hele jaar in bloei aan te treffen. Madeliefjes planten zich ongeslachtelijk voort doordat zich in de oksels van de bladeren zijstengels vormen die kunnen uitgroeien tot een nieuwe rozet. Die stengeltjes worden niet zo lang, waardoor madeliefjes dichte matten kunnen vormen. De plant plant zich ook via zaden voort.

Door de eeuwen heen heeft het madeliefje altijd ook magische en symbolische betekenis gehad. In de Noorse mythologie was het gewijd aan de godin Freya en stond het voor liefde en vruchtbaarheid. Bij de Germanen was de madelief gewijd aan Ostara, de godin van de lente. De naam van de godin Ostara herkennen we nog in de Engelse en Duitse naam voor het 'christelijke' Pasen: Easter en Ostern. In de christelijke cultuur was het madeliefje gewijd aan Maria, en symboliseerde onvergankelijkheid, eeuwig leven, maar ook tranen. 
Bij de Romeinen waren ze gewijd aan de godin van de bloemen Flora, die de sneeuwvlokjes in de lente gezonden door de op haar verliefde Boreas, god van de Noordenwind, omtoverde in madeliefjes. De madeliefjes symboliseerden daarmee de lente.

In de dichtkunst worden madeliefjes vooral in verband gebracht met kinderen en jonge meisjes. Het bloemetje is altijd gebruikt als orakelbloem waarbij het uittrekken van de bloemblaadjes tot de laatste, de vraag beantwoordt: Hij houdt van me, hij houdt niet van me, etc. of door kinderen: ik krijg straf-ik krijg geen straf.
Over heel Europa geloofde men dat men de eerste drie madeliefjes in het voorjaar op moest eten om de rest van het jaar beschermd te zijn tegen koorts, druipogen en kiespijn.
En wie gedroogde madeliefjes bij zich draagt die met Sint-Jan (24 juni) tussen 12 en 1 uur geplukt zijn, zal alle moeilijke werken tot een goed eind brengen.

De bloemhoofdjes, steeltjes en de bladeren van madeliefjes zijn geneeskrachtig. In de Middeleeuwen gebruikte men madeliefjes-salade om de stoelgang te regelen. Ook het gebruik voor de lever en als bloedzuiveringskuur in het voorjaar was bekend. Sap van de madelief gezoet met honing is al lang een huismiddeltje bij aandoeningen van de ademhalingsorganen.

Madeliefjes bevorderen de bloedsomloop (winterhanden- en voeten) en werken bloeddruk verlagend. Ze kunnen helpen bij huiduitslag, vooral als die oorzaak vinden in leverproblemen. Ze bevorderen wondgenezing en gaan ontstekingen tegen . Verder kan men ze onder andere in zetten bij gebrek aan eetlust, infecties aan de luchtwegen, hoest, slijmvliesontstekingen, bronchitis en voorhoofdholte-ontsteking. De thee helpt ook bij lusteloosheid en slapheid. Uitwendig helpen ze ook bij spierpijn en verstuikingen.

Recepten:
Thee:
3 theelepels bloemhoofdjes, steeltjes en/of bladeren per kopje water. Meerdere kopjes per dag drinken.
Pap bij pijn van kneuzing:
pasta van geplette verse blaadjes (zachtjes) op kneuzing smeren
Tinctuur:
bloemhoofdjes, steeltjes, bladeren fijngesneden in een goed afsluitbare pot doen. Overgieten met dubbele graanjenever tot het goed onder staat. Drie weken op warme plek laten trekken en dagelijks schudden, daarna zeven. Onverdund opwrijven bij spierpijn, twee maal daags.

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren medicatie/behandeling.

Madeliefjes zijn al eeuwen bekend in de keuken. Ze smaken enigzins bitter nootachtig. De jonge rozetbladeren en de nog harde, stevige bloemknoppen zijn het hele jaar door eetbaar.
Madeliefjes bevatten 30 mg vitamine C per 100 gram...bijna dezelfde concentratie als citroenen!

Recepten:

-Jong blad fijngehakt met bieslook, tijm e.d. op de boterham of in de omelet.
-Salade met azijn, zout, suiker, goed te mengen met aardappelsalade. Laat minstens een uur trekken.
-Bloemknopjes kunnen als kappertjes ingelegd worden in dragonazijn.

Madeliefjes als groente:
Madeliefjes schoonmaken en steeltjes verwijderen. Enkele minuten koken in water met wat zout. Laten uitlekken, water opvangen, kleinsnijden. Voor elke vijf eetlepels groente een dessertlepel boter, 1 lepel ui, 1 lepel meel. Boter laten smelten, ui hierin smoren en gelijk met meel, de madeliefjes toevoegen. Even smoren en kookvocht er langzaam bij gieten. Op smaak brengen met wat lavas of kruidenbouillon.

Madeliefjessaus:
Fijngehakte bloemen smoren in een lichte meelsaus met wat fijngesneden ui. Melk toevoegen en aan de kook brengen. Op smaak brengen met bieslook en citroensap.

Bekeken: 14562 |

Paardenbloem

Paardenbloem

Taraxatum officinale

Zoals al beloofd in oktober toen ik een stukje over de paardenbloemwórtel schreef in april, de paardenbloemmaand een stukje over de rest van de plant.
De paardenbloem is zeer algemeen voorkomend in Nederland. Hij groeit bijna overal. Voor de paardenbloem bestaan er vele namen. De bekendste naast paardenbloem is leeuwentand, vanwege het getande blad. De botanische naam taraxacum komt van het Arabische ‘tarakshaqum’ en betekent bitterkruid. Arabische artsen berichten al in de 11de eeuw over de geneeskrachtige werking. De naam wordt ook wel verklaard met het Griekse ‘taraxos’ wat wanorde betekent en ‘aka’ wat remedie betekent.

Kinderen gebruikten, en waarschijnlijk nog steeds, de zaadpluisjes van de plant voor allerlei orakelspelletjes. Waarbij een positieve uitslag verwacht mag worden als alle pluisjes in een keer worden weggeblazen en minder goede uitkomst als er pluisjes blijven staan. Ook de kleur van de vruchtbodem kon een rol bij dit soort voorspellingen spelen. Een witte vruchtbodem was positief, een zwarte negatief. Een gevlekte bodem gaf onzekerheid. Kinderen mochten geen bosje paardenbloemen mee naar huis nemen, want dat zou bedplassen veroorzaken.

 Volwassenen gebruikten de plant niet zozeer als orakelplant, maar men dacht wel dat de plant veel magische krachten had. Men smeerde zich met het witte melksap in zodat men in de ogen van een partner mooier en begerenswaardiger zou worden. Zich met het hele kruid bestrijken zou iemand populair kunnen maken bij vorsten en adel, waardoor men kan verkrijgen wat men begeert.
Hoewel de geneeskrachtige kant van paardenbloem in Europa pas relatief laat (late Middeleeuwen) ontdekt werd, zette men het wel in bij allerlei kwalen. Bij vlekken in de ogen of etterende ogen moest men negen paardenbloemwortels om de hals hangen, die men in het dierenriemteken Maagd met afnemende maan voor zonsopgang uitgegraven had. Bij kiespijn moest men paardenbloembladeren dragen, tot ze helemaal uitgedroogd waren. Wratten moesten op de derde dag van de afnemende maan met paardenbloemmelk bestrijken. Bij zwarte maan zouden de wratten dan verdwenen zijn. Een oud gebruik bij boeren was om het huis en de stallen in de lente te reinigen door ze uit te roken met paardenbloemen.

In de middeleeuwse signatuurleer vermoedde men al vanwege de gele kleur dat het een goed middel tegen geelzucht zou zijn. Verder gebruikte men het als gezichtslotion tegen roodheid, zomersproeten en onzuiverheden.

De paardenbloem behoort tot de composieten, is winterhard en wordt tot 30 cm hoog. De holle stengel groeit recht omhoog, de bladeren vormen een wortelrozet en zijn diep ingesneden. De bloem is goudgeel. De plant wordt in zijn geheel verzameld voor medicinale doeleinden. Belangrijke inhoudsstoffen zijn bitterstoffen, triterpenen, steroïden, flavonoïden en inuline.

In de volksgeneeskunde wordt hij gebruikt bij aandoeningen van de lever en de gal, aambeien, nier- en blaasklachten maar ook bij diabetes. En vanwege de bloedzuiverende werking ook bij jicht, reuma en chronisch eczeem. Wetenschappelijk aangetoond is de werking bij maagdarmklachten, voor het herstel van de lever- en galfunctie en om een verhoogde afscheiding van urine te bevorderen. De bitterstoffen stimuleren de afscheiding in het maagdarmkanaal. Bij dierproeven is een toename van de hoeveelheid urine waargenomen.

De bladeren kunnen worden gekookt en gegeten en zijn goed als reinigend, versterkend middel in de lente. De verse bladeren kunnen ook ingrediënt zijn van een salade. Het is bijzonder voedzaam en bevat vitamine A en C, eiwit en veel spoorelementen en kalium. Paardenbloembladthee werkt verlichtend bij waterzucht, vooral bij opgezette enkels samenhangend met stoornissen in de bloedcirculatie. Neem paardenbloemblad in combinatie met tijm bij een blaasontsteking. Het helpt bij spijsverteringsstoornissen en leverproblemen. En het helpt algemeen versterkend en bloedreinigend. Mensen die last hebben van gruis in blaas of nieren kunnen een tijd lang regelmatig op een stengel kauwen. De bloemen kunnen ook rauw gegeten worden en is vooral goed voor mensen die veel in hun hoofd zitten en daardoor hun lijf verwaarlozen.

Thee: 2-3 theelepels gedroogd blad op 1 kop kokend water.
 
Opgepast: 


Erg grote hoevvelheden paardenbloem kunnen milde klachten geven zoals diaree, brandend maagzuur, verstoring van het spijsverteringskanaal. Het kan soms huidallergie, eczeem en een verhoogde gevoeligheid van de huid voor zonlicht bij direct contact geven. Voorzichtig bij suikerziekte en hoge bloeddruk. Als er medicijnen gebruikt worden die van invloed zijn op de suikerspiegel dan uitsluitend gebruiken in overleg met een arts. Niet gebruiken bij maagzweer. Niet gebruiken bij allergie voor composieten. Bij galproblemen alleen gebruiken in overleg met een arts.
Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren met behandeling/medicatie.

Het gebruik van paardenbloem in de keuken is al eeuwenoud.
De jonge bladeren en zeer jonge knoppen, die nog onder in het rozet zitten, voor de bloei van maart tot mei, zijn bruikbaar. Om te wennen aan de smaak kkun je in het begin de bladeren eerst twee uur in water kunnen weken. De bittere smaak wordt dan wat minder.  Zeer jonge bloemknopjes doen denken aan de smaak van spruitjes. Ze kunnen ook ingelegd worden in dragonazijn als nep-kappertje. Kinderen zijn meestal niet enthousiast over paardenbloemblad vanwege de bitterheid, dan kan het met andere planten als dovenetel, muur of zevenblad gecombineerd worden.

Recepten:
 
Molsla:
Zet een grote pot omgekeerd over een groeiende paardenbloem om het licht te weren. Je kunt het ook afdekken met stro of aarde Laat twee weken staan tot de bladeren wit zijn geworden. Eten als salade.
 
Paardenbloemknopjes:
Kort koken (3 minuten), afgieten en nog even in boter smoren op smaak brengen met zout, peper, peterselie en citroensap.
 
Paardenbloemblad:
De jongste en zachtste bladeren van de plant plukken, harde toppen eraf snijden en bladeren ongeveer 30 min. koken in water. In een zeef goed uitdrukken, dan fijnhakken. Smoren in een pan met laagje bouillon, zout en boter. Peper erbij doen en nog 15 min. laten stoven .
 
Simpele paardenbloemsalade:
Slakom inwrijven met teentje knoflook. 2-3 eetlepels olie, 1 eetlepel azijn, theelepel mosterd, zout, peper en suiker in de kom door elkaar mengen en 150 gram jonge paardenbloembladeren in deze saus laten marineren.
 
Paardenbloemsiroop of armelui's honing:
3-4 flinke handen vol paardenbloemen, goed koken in 2 liter water, afgieten. In het hete sap 1,5 kg suiker en het sap van 2 citroenen roeren. De vloeistof onder voortdurend roeren laten inkoken, totdat er een stroopachtige draderige massa ontstaat. De siroop in flessen met wijde halzen doen. Smaakt net als honing als het goed klaargemaakt is.

Bekeken: 5039 |

Zevenblad

Zevenblad


Aegopodium podagraria

Zevenblad wordt bijna door iedereen gezien als onkruid. Zit het eenmaal in je tuin, kom je er nooit meer vanaf. Maar voor de mensen die weten dat zevenblad een wilde groente is, maakt dat helemaal niet uit. Laat maar komen dat zevenblad!
De zeer jonge nog niet geheel opengevouwen en nog glanzende blaadjes vóór de bloei zijn in het voorjaar heel goed eetbaar. Sommige mensen vinden de kruidige smaak van de wat oudere bladeren juist lekker. Zevenblad smaakt apart pittig, aromatisch en een beetje als paardenbloem maar dan minder scherp, bijna zoals zuring maar dan minder citroenerig. De smaak vraagt wat doorzettingsvermogen. De meeste mensen vinden het in eerste instantie niet zo lekker, maar leren het bij vaker eten zeker te waarderen.  Bereid de bladeren als spinazie, maar de jonge bladen kunnen ook goed in een salade, soep of bouillon. Gedroogd smaakt het naar peterselie.
In Scandinavische landen wordt het vaak gebruikt als tuinkruid. In Litouwen en Rusland is gebruik als groente heel gewoon.
Zevenblad bevat veel vitamine C, provitamine A, kalium, calcium, magnesium en kiezelzuur.

Zevenblad is een overblijvende, kruidachtige, bijna kale plant uit de schermbloemenfamilie. Hij woekert enorm, omdat het kruipende, ondergrondse uitlopers (rizomen) heeft en moeilijk weg te halen is. Een beukenhaag kan een natuurlijke barrière vormen. De plant groeit op beschaduwde plaatsen in heggen, tuinen, wegbermen op vochtige of bemeste grond. De stengels zijn hol en gegroefd. Zevenblad wordt 60-90 cm hoog.De bloempjes zijn meestal wit, maar soms enigszins roze en hebben een doorsnede van 1 mm. Er zijn vijf kroonblaadjes met naar binnen gekrulde punten. Zevenblad bloeit als samengesteld scherm met twaalf tot twintig stralen en er zijn geen omwindsels.De bladeren zijn drietallig bovenaan en tweetallig onderaan
en hebben een buikige schede.
Zevenblad komt in bijna heel Europa, West-Azie en Siberië voor. In de Middeleeuwen werd het gecultiveerd als groente en als geneeskrachtig kruid. Het werd vooral gebruikt bij jicht. Dat veel voorkwam bij monniken, bisschoppen en de adel, omdat zij toegang hadden tot vleesrijk voedsel. Verder werd het gebruikt in de volksgeneeskunde bij reuma, ischias, insectenbeten en wonden. Tegenwoordig wordt zevenblad niet meer medicinaal gebruikt.


Recepten:

Zevenblad-aardappelsoep:
Bladeren en spruiten van zevenblad goed wassen en fijnhakken. Wat klein gesneden ui en meel in boter smoren en afblussen met water en melk. In dobbelstenen gesneden aardappelen erbij en kruiden naar smaak. Nog net voordat de aardappelen gaar zijn, het zevenblad toevoegen en nog 15 minuten laten koken.

Tomaten gevuld met zevenblad:
Plakje van de bovenkant van de tomaten afsnijden, pulp eruit halen en pureren. Zevenblad 10 minuten koken, fijnsnijden en mengen met het vruchtvlees van de tomaten, 1 of 2 eieren er door heen werken en kruiden naar smaak. De tomaten met dit mengsel vullen en de dekseltjes weer op hun plaats zetten. De tomaten in een goed ingevet bakblik plaatsen en een half uur bakken in een voorverwarmde matige oven. Smaakt goed bij aardappelpuree, gebraden vlees en champignons.

Bekeken: 11244 |

Maarts Viooltje

Maarts Viooltje


Viola odorata

Het maarts viooltje of welriekend (odorata) viooltje is een vrij zeldzame inheemse plant.
In het wild is ze te vinden aan beschaduwde slootkanten, onder heggen op rijke en vochtige grond. Ook worden ze veel als sierplant gekweekt. De plant komt voor in heel West-Europa.
Het is een vaste plant tot 15 cm hoog met ovale tot hartvormige bladeren en heeft donkerpaarse bloemen in maart tot april. De bloemkroon bestaat uit vijf gelijke kroonbladen, waarvan één gespoord is. De plant heeft een ondergrondse wortelstok die zich sterk kan uitbreiden. Liever het maarts viooltje niet in het wild plukken, maar kweek ze gerust in de tuin.

De naam 'Viola' is afgeleid van het Griekse 'ion' (kleinste deel). In een Griekse mythe is Zeus verliefd op Io, maar hij is bang voor de jaloezie van zijn vrouw Hera. Hij verandert Io daarom in een witte koe die hij viooltjes voert. Mogelijk komt de naam 'ion' van de Ionische nimfen die bloemen schonken aan Ion, de mythische stamvader van de Ioniërs.
In de Oudheid was het maarts viooltje, waarschijnlijk vanwege de zoete verleidelijke geur, gewijd aan de godin van de Liefde, Aphrodite. In het christendom had het juist een tegenovergestelde betekenis van zuiverheid en kuisheid, en werd het geassocieerd met Maria.
Het viooltje werd in 400 v.Chr. al in Griekenland verbouwd en op de markt in Athene verkocht. De bloem was tevens symbool voor die stad.
Door de vroege bloei is het maarts viooltje altijd symbool voor het voorjaar geweest. Het maarts viooltje was verder het symbool van Napoleon, omdat hij in ballingschap op Elba gezegd zou hebben in Frankrijk terug te keren, als de viooltjes zouden bloeien.

In de Middeleeuwen werd het  gebruikt als deodorant. In de Victoriaanse tijd (eind 19de eeuw) was het viooltje enorm populair. Het werd gekweekt als snijbloem en voor de parfumerie. Toen de geur chemisch kon worden gekopieerd, liep de teelt ervan terug.
De geur van het viooltje is heel bijzonder, omdat het verdwijnt zodra je het ruikt. Vermoedelijk bevat het viooltje een stof (ionon) dat de geurharen in het neusslijmvlies verdooft, waardoor je het niet meer ruikt. Zodra je de ruimte met de geur verlaat en weer terugkomt zal je de geur weer even ruiken.
De geur wordt veelvuldig gebruikt in verfijnde parfums. Het heeft een groene middennoot en is intens, aards, kruidig, peperig en heeft ook iets van de iris.

Het maarts viooltje wordt magisch vooral gebruikt voor bescherming, geluk en fortuin, liefde en lust, en als je het eerst viooltje van het seizoen vindt, zal je grootste wens vervuld worden

Het maarts viooltje kent ook een lange geschiedenis in de volksgeneeskunde. Het werd vroeger gebruikt bij de behandeling van kanker (Hildegard von Bingen) en kinkhoest. Het bevat ook salicylzuur wat gebruikt wordt voor het maken van aspirine, en werd dus gebruikt voor het behandelen van hoofdpijn, migraine en slapeloosheid. Het werd ook gebruikt om de effecten van alcoholgebruik tegen te gaan, door een krans van viooltjes op het hoofd te dragen. Dat zou ook helpen bij hoofdpijn en duizeligheid.

Tegenwoordig wordt het o.a. gebruikt bij hoest, bronchitis en ontstekingen van de bovenste luchtwegen, epilepsie, als mild slaapmiddel, tegen nervositeit, bij stress-gerelateerde eczeem, bij milde angst, en bij ontstoken ogen. Er worden ook kankerremmende eigenschappen aan het maarts viooltje toegeschreven.
De etherische olie wordt  in de aromatherapie ingezet bij luchtwegproblemen, uitputting en huidproblemen.

Er is een Californische bloesemremedie van maarts viooltje, die mensen steunt met ernstige verlegenheid, gereserveerdheid en angst om in een groep opgeslokt te worden. Maarts viooltje stimuleert het delen met anderen terwijl men trouw aan zichzelf blijft.

En 'last but not least' is het maarts viooltje een voorjaarsgroente. Je kunt het blad zo eten. De bloemen en bladeren kunnen verwerkt worden tot sap, likeur, jam en thee. De bloemen worden versuikerd vaak gebruikt ter garnering van gebak en desserts. 

Opgepast:
Thee uit de wortels van het viooltje kan braakneigingen geven, omdat sommige mensen sterk reageren op violine (een alkaloïde) die in het maarts viooltje voorkomt. De stof zit vooral in de wortels. Maarts viooltje niet gebruiken tijdens een chemokuur met name niet bij kanker van strottenhoofd, tong of huid.

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren met behandeling/medicatie.

Recepten:
Viooltjessiroop tegen hoest:
1 kopje verse vioolblaadjes (niet wassen, wel aarde en stof verwijderen) in een flesje doen en er 250 ml heet water bijdoen. 24 uur laten trekken en dan zeven. Opkoken en weer 24 uur met een tweede kopje violenblaadjes laten trekken. Direct zeven en met dezelfde hoeveelheid honing vermengen. Theelepeltje siroop meerdere keren per dag innemen.

Viooltjes-kamerparfum:
Bloemen zonder stelen plukken en snel in de schaduw laten drogen. Op een verwarmde metalen plaat zout strooien, dit mengen met de gedroogde bloemetjes. Mengsel in goed af te sluiten pot bewaren. Telkens als je het kamerparfum wilt gebruiken een klein beetje van het mengsel kneuzen en op een schaaltje leggen.

Viooltjessap en -ijs:
De gekleurde kroonbladen van verse geurige viooltjes zorgvuldig afplukken, alle groene blaadjes verwijderen. In porseleinen of stenen schaal leggen, wat kokend water erover, afdekken en nachtje laten staan. Volgende dag het sap door een doek zeven en uitpersen.
250 g suiker en 12 eierdooiers luchtig kloppen, 1,5 l room langzaam toevoegen, daarna 250 ml viooltjessap. Op een kleine vlam, of au-bain-marie tot crème slaan, van het vuur of uit het water nemen en doorgaan met kloppen, tot alles is afgekoeld. In de ijsmachine of vriezer doen.

Bekeken: 5652 |

Look-zonder-look

Look-zonder-look

Alliaria officinalis/ Alliaria petiolata

Look-zonder-look komt heel algemeen voor in Nederland met name opvochtige, voedselrijke grond in loofbossen, langs bospaden en beken, liefst enigszins in de schaduw, dus vaak aan de zoom van parken en bossen en in heggen.
Hij behoort tot de kruisbloemigen (Brassicaceae) en is makkelijk te herkennen aan de witte bloemetjes, het blad en de geur. Als je het blad tussen je vingers wrijft komt er een uien/knoflooklucht vrij. Waarschijnlijk dankt hij zijn naam 'allaria', een afgeleide van het woord knoflook, dan ook aan zijn geur die niet alleen aan het blad zit, maar ook aan de zaden en de wortels. Hij lijkt dus echt wel een lookplant, zoals daslook, maar dan zonder lookbolletje als wortel. Vandaar de naam "look-zonder-look"

Als kruisbloemige heeft look-zonder-look bloemen met vier kroonbladeren. De kroonbladeren tweemaal zo lang als de kelkbladeren. De plant kan wel een meter hoog worden. De hauwen zijn lang, de bladeren aan de voet van de plant zijn lang gesteeld. De bovenste bladeren zijn hartvormig en onregelmatig getand. De stelen zijn niet vertakt, en gaan meestal recht omhoog. De bloeitijd is van april tot juni.

Look-zonder-look is een eeuwenoud keuken- en geneeskruid. In de keuken was het vooral populair vanwege de knoflookachtige smaak, maar als je het kruid verhit verdwijnt het subtiele lookaroma en maakt dan plaats voor een scherpere smaak zoals bij veld-of waterkers. Het is erg lekker in smeerbaar hartig broodbeleg, kwark en salades.

Medicinaal werkzame stoffen in look-zonder-look zijn: etherische olie met o.a. zwavel, glycosiden, saponinen, vitamine C, calcium, fosfor en ijzer.
Je kunt het verse blad vóór de bloei gebruiken, daarna de bloemen en later de zaden.
Het is algemeen stimulerend, goed voor de weerstand, desinfecterend. Het kan helpen bij chronische darmkwalen, is vochtafdrijvend en helpt bij het ophoesten van taai slijm, de tinctuur op winterhanden- en voeten. Vers sap kun je doen op huidschimmels en eczeem.

Recept tinctuur: Vul een glazen potje met fijngesneden blad en giet zoveel dubbele graanjenever op dat het blad goed onder staat. Drie weken op warme plek laten trekken en dagelijks schudden, daarna zeven.

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren behandeling/medicatie.

 

 

Bekeken: 3160 |

Daslook

Daslook


Allium ursinum

Daslook is een oud inheems kruid en is de voorloper van de knoflook, die later gecultiveerd is. In de historie van de Germanen blijkt dat (das)look zeer gewaardeerd werd en zelfs als heilig kruid werd beschouwd. Het woord "Laukar"  is terug te vinden in runeninscripties op wapens, amuletten en sieraden en look werd regelmatig gebruikt in magie en rituelen. Op IJsland heette de kloostertuin met medicinale kruiden: laukar-gadr. In het "Lied van Sigdrifa" in de Edda wordt look aanbevolen om in de mede(honingwijn) te leggen om eventuele gifstoffen erin te neutraliseren.
Vroeger streek men met daslook over de borst om zich tegen heksenaanvallen te beschermen.
In de Beltanenacht (30 april- 1 mei) namen heksen de kracht van de veel planten met zich mee, ook die van de daslook. De plant moet dan ook voor Beltane geplukt worden.
Dit is overigens geen gekke gedachte want zodra de plant bloeit (vanaf april)wordt het blad minder lekker.De zaadjes zijn later wel weer heel smakelijk.

Daslook is in Nederland beschermd. Hij is zeldzaam, maar daar waar hij wel voorkomt is het vaak juist in weelderige hoeveelheden. Zo heb ik in Groningen een heel veld vol gezien. Maar koop het dus bij een kweker en plant het in je tuin. De smaak is de moeite waard! Verwar daslook trouwens niet met lelietje-van-dalen of tulp. Ze komen uit dezelfde leliefamilie en ook al verschillen de bloemen enorm, hun blad lijkt erg op elkaar. Lelietje-van-dalen is zelfs zeer giftig. Ze zijn makkelijk te onderscheiden van elkaar op geur. Daslook ruikt naar knoflook, lelietje-van-dalen of tulp niet.
                               
Daslook is zeer opvallend omdat het al in het vroege voorjaar de nog bruine bodem in loof-en gemengde bossen bedekt met zijn grote groene bladeren en door de sterke knoflookgeur al van veraf de aandacht vraagt.
Daslook is een 15-40 cm hoge plant met een dunne rechtopstaande bol en langgesteelde langwerpige bladeren. De stengel is in doorsnede driehoekig en draagt aan het einde een vlak veelbloemig scherm met witte bloemen. Hij gedijt op humusrijke bodem en heeft het graag schaduwrijk en vochtig. Verspreiding gaat via mieren.

Zowel de jonge bladen als de wortels worden geneeskrachtig gebruikt. Het kruid kan alleen vers gebruikt worden. Gedroogd verliest het elke werking. De bol kan wel, net als uien bewaard worden. Daslook bevat onder andere etherische olie, mosterolieglycosiden, minerale zouten, slijm, suiker, bitterstoffen, foliumzuur, vitamine C en caroteen. Vanwege het hoge vitamine C gehalte werd vroeger in het voorjaar veel daslook gegeten, om weer weerstand op te bouwen.
Daslook is ook heilzaam voor maag en darmen, eetlustopwekkend en is bloedreinigend. Het foliumzuur stimuleert de aanmaak van bloed en de celgroei, remt aderverkalking. Tevens verlaagt het de bloeddruk. Het zou ook helpen tegen voorjaarsmoeheid, darmparasieten, winderigheid en lever- en galkwalen. Door de bloedzuiverende werking helpt daslook ook bij veel huidaandoeningen en is het een prima kruid bij een voorjaarskuur. Het is verder antibiotisch, antiseptisch en schimmeldodend en heilzaam bij slijm in de longen.

Het sap of fijngesneden bladeren en bolletjes kunnen in pikante gerechten, gemengde salades en in sauzen worden gebruikt. Ook kan het prima als smaakmaker toegevoegd worden aan groentenschotels en soepen. Kruidenboter met daslook is hemels. Voeg daslook altijd op het laatste moment pas toe.

Recepten

(Door de scherpe knoflooksmaak is daslook ongeschikt voor thee)

Daslooksap:
Pers de bladeren in een vruchtenpers. Gemengd met karnemelk ook heel lekker en voedzaam.
Daslookpesto:
Een bos daslookblad vermengen met olie, zout en parmezaanse kaas tot een smeuïge pasta. Heerlijk op de pasta, of op een stukje stokbrood. Kan enkele weken in de koelkast bewaard worden. Wel goed afsluiten.
Daslookmelk bij gevoelige maag:
Daslookbolletjes fijnsnijden, 2-3 uur in warme melk laten trekken en de melk slok voor slok drinken.
Daslooktinctuur:
De enige manier om daslook het hele jaar te gebruiken. Vul een glazen potje met fijngesneden blad en giet zoveel dubbele graanjenever op dat het blad goed onder staat. Drie weken op warme plek laten trekken en dagelijks schudden, daarna zeven. 's Avonds 10 druppeltjes op een glaasje water innemen, bijvoorbeeld bij darmklachten.
Daslookolie:
Kleingesneden daslookblad in een glazen pot overgieten met een kwalitatief goede olijfolie (koudgeperst) tot het volledig onderstaat. Pot goed sluiten. Op warm plekje zetten, en dagelijks schudden. Na vier weken zeven.  Heerlijk als slaolie.

Opgepast:
-Weet het verschil tussen giftige lelietjes-van-dalen, tulp en de eetbare daslook.
-Bij overmatig gebruik kunnen vergiftigingsverschijnselen optreden. De scherpe smaak van daslook zal overdosering wel ontmoedigen.

 

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren met behandeling/medicatie.
Bekeken: 7716 |

Berk

Berk

Betula

De berk ziet er misschien iel uit, maar het is een sterke boom. Hij groeit op vrijwel alle grondsoorten en kan zelfs tegen zand en voortdurende wind. In Noord-Europa was de berk een van de eerste plantensoorten die na de ijstijd op de toendra's groeiden.

De oude Romeinen kenden de berk onder de naam 'betula' omdat 'bitumen ex Galli excoquunt' wat betekent dat de Galliërs het pek eruit koken. Het gewonnen produkt werd niet alleen gebruikt voor het watervast afdichten van boten, muren en gebruiksvoorwerpen (berkenolie/berkenteer), maar het zorgde er ook voor dat als het bij vee op wonden werd gesmeerd, deze sneller heelden. Het woord 'berk' is afgeleid van het Oudindische woord 'bharg' dat glanzend betekent en waarschijnlijk wijst op de witte bast of mogelijk is het afgeleid van het Indoeuropese woord: 'bhirg', dat waarschijnlijk refereert aan Bergha of Bridged, de godin van wedergeboorte, vuur en vegetatie.

Bij de Germanen, maar ook bij de Slavische volkeren werd de berk gezien als een heilige boom, die het voorjaar belichaamde en waar de zielen van de voorouders woonden. Op veel plaatsen wordt de berk ook geplaatst als meiboom. In de boomkalender van de Kelten echter, is berk de boom van december/januari en symboliseert de wedergeboorte van de zon, vanwege haar lichtheid. Soms is de berk gewijd aan de maan om de zilverwitteglans van de bast.
In de Middeleeuwen dacht men dat de berk bescherming bood tegen alle kwaad. Men maakte toen vaak babywiegjes/mandjes van berkentwijgen, zodat het kind veilig was.
Beginnende druïden moesten zich eerst zuiveren met berk, het symbool voor een nieuw begin.
De boom werd ook gezien als heilige boom van Friga, Wodan's echtgenote en vereerd als boom van de godin van het onderwijs, geneeskunst en smederij.
Kelten, die zich somber voelden, gingen twee keer daags onder een berkenboom zitten, om zo weer ontspannen, gekalmeerd en vrolijk te worden. 
Nog niet zo heel lang geleden werden in Nederland de koeien die na de winter voor het eerst weer de wei in mochten, met berkentakkengeslagen om de vruchtbaarheid te bevorderen.

De schors van de boom, met name de 'velletjes' zijn lang gebruikt als tondel voor het maken van vuur. Ze blijven zelfs heel brandbaar in een drijfnat bos, omdat ze geen vocht opnemen.
Berkenschors is ook gebruikt om op te schrijven.  De bast werd gebruikt om klompen en visnetten rood mee te kleuren. Van de bast werden ook touw, matten, manden, schoenen, kleding, zolen, dozen, dakbedekkingen en boten gemaakt. Uit de bladeren werd gele verf gemaakt. De twijgen werden gebruikt om bezems van te maken. Hedentendage wordt berkenhout volop gebruikt voor multiplex, papier, cellulose, fineer en de takken als brandhout. 

De ruwe berk (betula pendula) hoort tot de berkachtigen (Betulaceae) en is een tot 30 meter hoge boom met spierwitte schors die loslaat of verandert in een zwarte, harde schors. De mannelijke bloeiwijze van berken heeft gele, hangende rupsvormige katjes, die reeds voor de winter aanwezig zijn. De staande vrouwelijke bloeiwijzen onder aan de mannelijke bloeiwijzen zijn met knopschubben omgeven. De vrucht is een klein dubbelgevleugeld nootje. Hij bloeit in maart en april en in de zomer valt het ultralichte zaad. Er gaan er drie miljoen in een kilo. Berken hebben voor en bij het uitkomen van het blad een zeer sterke sapstroming en kunnen daarom alleen in de herfst en winter gesnoeid worden.
De soort is inheems in Europa vanaf het noordelijke Middelandse Zeegebied tot Rusland, maar ook in het gematigde deel van Azië. De ruwe berk is groter dan zijn verwant, de moerasberk.
Beide berkensoorten worden gebruikt voor geneeskundige doeleinden.

In de volksgeneeskunde wordt berk (aftreksel van het blad en het sap uit de berk) inwendig gebruikt voor de "reiniging van het bloed" tijdens een voorjaarskuur of tegen jicht en reuma. In Noord Italie bestaat het oude gebruik om bij artritis of reuma in met berkenbladeren gevulde zakken te slapen of een bad van berkenblad te nemen.
In Finland slaan de bezoekers van de sauna elkaar tijdens het zweten  met dunne berkentakjes op de rug. Dit heet "kwasten".  Regelmatig de hoofdhuid masseren met berkensap zou de haargroei bevorderen. Een bad met extract van berkenblad zuivert de huid. Thee van berkenknoppen is ook bloedreinigend en helpt bij roos.

Wetenschappelijk getoetst is het gebruik van berkenblad voor het doorspoelen bij bacteriële en ontstekingsaandoeningen van de urinewegen, bij nierstenen en als ondersteunende behandeling bij reumatische klachten. Berkenblad werkt urinedrijvend. In dierpoeven kon ondubbelzinnig worden aangetoond dat de toename van de hoeveelheid urine afhangt van de hoeveelheid flavonoïden die erin zit. Het effect is vermoedelijk het gevolg van de remming van het enzym dat normaal gesproken de urinevorming reguleert. Ook het kaliumgehalte van berkenbladeren kan bijdragen tot het waargenomen effect.

Er zijn kant-en klare preparaten op de markt. Lees hiervoor de bijsluiter.

Recept: berkenbladthee

Giet 1 kopje kokend water op een volle theelepel gedroogd berkenblad. Laat 10 minuten trekken, zeven. Drink 3-4 koppen tussen de maaltijden en spoel na met water.

Recept: Ligbad

Neem 3-4 handenvol berkenblad en giet er 1 liter water over. Kook even op en laat 10 minuten zachtjes pruttelen. Zeef het vocht en voeg het aan het badwater toe.

Recept: Salade

Voeg in het voorjaar eens een paar verse, jonge berkenblaadjes toe in een groene salade.

Het oogsten van berkensap:
Als je in het gelukkige bezit bent van een berkenboom zou je rondom deze tijd (maart) berkensap van de boom kunnen aftappen. Je snijdt één tak schuin af met een snoeischaar. Het sap druppelt dan als snel uit de wond. Hang met touw een (kunststof) flesje aan die tak met de tak zelf iets naar beneden gebogen aflopend in de fles. Vanuit de wortels komt via de sapstroom heldere vloeistof in het flesje druppelen. Je kunt zo elke dag of om de dag een vol flesje berkensap oogsten. Je kunt hiermee doorgaan tot de vloeistof troebel/wittig wordt (meestal 2 weken). Omdat je maar één tak gebruikt zal de boom dit overleven. Na afloop kun je de wond afdekken met wondafdekmiddel (tuincentrum).
Je kunt door het opdrinken van dit sap een reinigende en waterafdrijvende lentekuur doen. Dit zoete sap wel gelijk opdrinken en niet laten staan, het bederft snel. Verdund is het ook een prima haarspoelmiddel tegen roos en haaruitval.

Opgepast:
Bereidingen uit berkenblad mogen uit voorzorg niet worden gebruikt door zwangere of zogende vrouwen, omdat er onvoldoende onderzoek naar effecten hierop is gedaan.
Wie last heeft van oedeem als gevolg van beperkte hart- of nierfunctie mag geen doorspoeltherapie doen.

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren behandeling/medicatie.

 

Bekeken: 4895 |

Muur

Muur

Stellaria media


Muur, ook wel vogelmuur genoemd is een veelvoorkomend (on)kruid uit Europa, dat inmiddels overal ter wereld groeit. Het is een lage eenjarige  of tweejarige plant die bloeit van januari tot december. De plant is vaak wijdvertakt, maar heeft toch maar één wortelstelsel. De stengels zijn groen of rood. De bladeren zijn groen, eirond met een spitse top, en vaak gesteeld.
De bloemknop is sterk behaard. De plant dankt zijn naam 'stellaria' aan de stervormige witte bloemetjes. Vogelmuur groeit in akkers, tuinen, muren, en onbebouwde plekken. Muur is op z'n best in de lente en het najaar omdat het vooral van koelte en vocht houdt.
Het overleeft droge en hete zomers niet.

Muur heeft een lange geschiedenis. Oorspronkelijke bewoners van Amerika gebruikten het als een algemeen middel om hen gedurende alle seizoenen gezond te houden. In Europa werd het in de middeleeuwen als groente op de markt verhandeld. Verder was het een prima middel tegen scheurbuik vanwege het hoge vitamine C gehalte. In de zestiende eeuw werd muur onder andere gebruikt om ontstekingen en huidziekten te verzachten. In de zeventiende eeuw werd het aangeraden als remedie tegen schurft. Daarnaast werd het gebruikt tegen hondsdolheid.

Ook tegenwoordig is het een populair kruid, maar helaas is er nog geen wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid.
Muur staat vooral bekend om de verkoelende en verzachtende werking en wordt dan ook vaak ingezet bij warme en jeukende huidaandoeningen (eczeem, psoriasis, irritatie, steenpuisten, abcessen). Muur bevordert ook de genezing van wonden en gaat littekenvorming tegen. Daarnaast werkt het verzachtend en genezend bij artritis. Het helpt bij keelpijn en hoest en werkt reinigend op de longen. Muur, in kleine hoeveelheden, kalmeert de darmen bij spijsverteringsproblemen. Muur zou ook helpen bij afvallen omdat het de lymfe reinigt.

Je kunt hiervoor van verse muur thee zetten. Drink maximaal 2 dl twee keer daags.
De thee kan ook aan het badwater toegevoegd worden. Bij huidaandoeningen kun je van muur een zalf of crème maken, of het gekneusde blad als wondpap opleggen.

Je kunt muur eten als wilde groente. De jonge, zachte scheuten hebben een lekkere 'bite' en zijn knapperig, de bloeiende plant (makkelijker herkenbaar) kan ook als groente gegeten worden of in de soep of salade. Het kan worden gestoomd,  of toegevoegd aan een omelet. Ongekookt vindt niet iedereen hem even lekker. De vezeligheid van de plant kan soms tegenstaan. Muur smaakt mild bitter en kan daarom prima gecombineerd worden met wat bitterder en scherperder planten. En ook al is het plantje vaak niet groot genoeg voor een groenteschotel, er groeit vaak zoveel dat het in overvloed te verzamelen is.

Recept: Muursoep

3 eetlepels boter of 2 eetlepels olijfolie
4-5 aardappels
1 prei
3 kopjes bouillon (kip, kruiden of groenten)
1 kopje water
half kopje room
3-4 kopjes muur
spekreepjes of
zout en peper

Leg een klein beetje muur apart. In een grote pan op hoog vuur de rest van de muur blancheren in kokend water, ongeveer 5-10 seconden, dan in ijswater laten afkoelen. Zet het even aan de kant.
De prei kleinsnijden en de aardappels in vieren delen.
Smelt de boter in een grote soeppan. Voeg prei en aardappels toe en op gematigd vuur 5-10 minuten verhitten onder regelmatig roeren.
Voeg de bouillon en water toe en laten pruttelen tot de aardappels gaar zijn (20 minuten). Voeg de geblancheerde muur toe en roeren.
Pureer de soep met de staafmixer tot ie mooi glad is. Roer de room er door en voeg zout en peper naar smaak toe. Garneer met wat rauwe muur.

Opgepast:
Muur kan bij het eten van grote hoeveelheden laxerend werken. Niet gebruiken tijdens de zwangerschap.

Raadpleeg bij klachten altijd een arts en informeer de arts bij combineren met medicatie/behandeling.

 

Bekeken: 6375 |
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Gratis verzending bij aanmelding voor de nieuwsbrief Waschbaer
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Waschbaer en ontvang jouw volgende bestelling zonder verzendkosten! Bespaar 5,95 EUR!
Ontvangen per e-mail!
Minimale bestelwaarde 30,00 EUR!

Tot 70% korting naar artikelen van de categorie "Mooi & Gezond"!
Waschbaer : Tot 70% korting naar artikelen van de categorie "Mooi & Gezond"!

SNP Natuurreizen

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Vermelding i.v.m. cookiewetgeving websites:

 

Om er voor te zorgen dat alle functionaliteiten van deze website naar behoren werken, gebruikt deze website cookies.
Deze cookies bevatten geen persoonlijke informatie en zijn niet gevaarlijk.
Daarnaast kunnen cookies gebruikt worden om bezoekers te analyseren, teneinde u en andere bezoekers een nog betere website-ervaring te geven.
Indien u verder gaat, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.

Op deze informatieve website hebben we enkele advertenties geplaatst van onder andere Waschbaer, dit is om een klein gedeelte van de kosten voor het in de lucht houden van deze kruidenwebsite te kunnen betalen. De advertenties zijn met zorg door ons gekozen en deze bedrijven dragen wij een warm hart toe.
Mocht je op een later moment besluiten om iets te gaan bestellen bij een van deze bedrijven, ga dan alstublieft  via de advertentie op onze pagina, dan krijgen wij een kleine vergoeding hiervoor.  Hartelijk dank, namens Ella van de Kruidenkorf.